| Wetenschappelijke naam | Hibiscus sabdariffa |
| Uiterlijk | Grote bloemen in gedroogde rode kelken, vaak gekreukt of gesneden |
| Geur | Fruitig, licht zuur, met een subtiele bloemige toets |
| Kleur | Donkerrood tot diep bordeaux |
| Gebruikte delen | Gedroogde kelken (infusie, rituele baden, wierook, zakjes) |
| Oorsprong | West-Afrika, Caraïben, India, Zuidoost-Azië |
| Toxiciteitsniveau | Zwak (veelgebruikte infusie; te vermijden bij ernstige hypotensie) |

















