| Wetenschappelijke naam | Olea europaea |
| Uiterlijk | Boom met groenblijvend loof, knoestige stam, langwerpige en leerachtige bladeren, donkergroen boven en zilverachtig onder, kleine witte bloemen in onopvallende trossen |
| Geur | Kruidachtig, licht scherp, sterker bij infusie of na droging |
| Kleur | Grijsgroen (bladeren), crèmewit (bloemen) |
| Gebruikte delen | Gedroogde bladeren, soms vers |
| Oorsprong | Middellandse Zeegebied, West-Azië |
| Toxiciteitsniveau | Laag (matig gebruik aanbevolen bij behandeling met bloeddrukverlagende of bloedsuikerverlagende middelen) |

















