| Wetenschappelijke naam | Aloysia citriodora |
| Uiterlijk | Bladverliezende struik met soepele groeiwijze, lancetvormige, lichtgroene, langwerpige en smalle bladeren, kleine witte tot paarse bloemen gegroepeerd in eindstandige aren |
| Geur | Zeer citroenachtig, fris en levendig, doet denken aan citroengras met een zoete toets |
| Kleur | Lichtgroen (bladeren), wit tot lichtlila (bloemen) |
| Gebruikte delen | Verse of gedroogde bladeren |
| Oorsprong | Zuid-Amerika (Peru, Chili, Argentinië), geacclimatiseerd in het Middellandse Zeegebied |
| Toxiciteitsniveau | Zwak (veelgebruikte toepassing goed verdragen, vermijd geconcentreerde doses etherische olie) |

















