| Wetenschappelijke naam | Valeriana officinalis |
| Uiterlijk | Droge, vezelige wortel, knoestig, met een ruwe oppervlakte, soms in schaafsel |
| Geur | Sterk, aards, hardnekkig, soms als onaangenaam beschouwd |
| Kleur | Lichtbruin tot grijsbruin, lichter van binnen |
| Gebruikte delen | Gedroogde wortel (heel, gesneden of in poedervorm) |
| Oorsprong | Europa, gematigd Azië, Noord-Amerika |
| Toxiciteitsniveau | Zwak (getolereerd bij traditionele doseringen; kalmerend bij hoge dosering, afgeraden in combinatie met alcohol of slaapmiddelen) |

















