| Wetenschappelijke naam | Angelica archangelica |
| Uiterlijk | Grote schermbloemige plant, holle stengel, vlezig, bruinachtige en aromatische wortel |
| Geur | Balsamisch, licht muskusachtig, met een houtachtige en zoete noot |
| Kleur | Lichtbruin tot donkerbruin afhankelijk van het drogen |
| Gebruikte delen | Gedroogde wortel, soms de zaden en stengels |
| Oorsprong | Noord-Europa, gematigde zones van Azië, Alpen- en Scandinavische regio's |
| Toxiciteitsniveau | Zwak (traditioneel gebruik onder toezicht; fotosensibiliserend bij langdurig of uitwendig gebruik) |

















