| Wetenschappelijke naam | Urtica dioica |
| Uiterlijk | Vaste kruidachtige plant, met rechtopstaande vierkante stengels, tegenoverstaande, getande, donkergroene bladeren bedekt met stekelharen; groenachtige bloemen in hangende trossen |
| Geur | Kruidachtig, vers, licht pittig bij kneuzing |
| Kleur | Donkergroen (blad), lichtgroen tot groenachtig (bloemen) |
| Gebruikte delen | Bladeren, stengels, wortels, bloeiende toppen (vers of gedroogd) |
| Oorsprong | Gematigde zones in Europa, Azië en Noord-Amerika |
| Toxiciteitsniveau | Zwak (stekelharen in verse staat; eetbaar na koken of drogen) |






















































































































































































































