| Wetenschappelijke naam | Matricaria recutita / Chamaemelum nobile |
| Uiterlijk | Kleine gele bloemen met een bol hart en witte blaadjes, geheel gedroogd |
| Geur | Zacht, kruidig, licht honingachtig en fruitig |
| Kleur | Geel en wit, wordt bleekbeige na het drogen |
| Gebruikte delen | Bloemhoofdjes (in infusie, bad, wierook of amulet) |
| Oorsprong | Europa, Noord-Afrika, West-Azië, genaturaliseerd in Noord-Amerika |
| Toxiciteitsniveau | Laag (traditioneel gebruik wordt goed verdragen; let op allergieën bij mensen die gevoelig zijn voor composieten) |

















