| Wetenschappelijke naam | Triticum aestivum |
| Uiterlijk | Eenjarige plant met rechte, holle en gesegmenteerde stengels, lange smalle bladeren, terminale aren bestaande uit glumellen die de granen beschermen |
| Geur | Licht kruidig, sterker na oogst of malen van de granen |
| Kleur | Groen in de lente, goudkleurig bij rijpheid (stengels en aren) |
| Gebruikte delen | Granen (zaad of meel), jonge scheuten (tarwegras), soms stro |
| Oorsprong | Midden-Oosten, Vruchtbare Sikkel, wereldwijd geteeld |
| Toxiciteitsniveau | Nul (behalve bij glutenallergie of coeliakie) |






















































































































































































































